Symbiose trauma en relaties
De gevolgen van ouder - kind symbiose
In dit artikel wil ik het hebben over symbiose trauma, een in relatietherapie vaak over het hoofd gezien fenomeen. Symbiose trauma verwijst naar een trauma dat op een vroege leeftijd ontstaat wanneer een kind verstrikt raakt in een emotionele net (daarom wordt het ook wel verstrengeling genoemd) van de ouder. De dynamiek ontstaat veelal in de eerste levensjaren van een kind, wanneer het nog volledig afhankelijk is van zijn ouders of verzorgers voor fysieke en emotionele verzorging. De kern van symbiose trauma ligt in de vervaging van de grenzen tussen ouder en kind. Dit kan langdurige gevolgen hebben voor de emotionele ontwikkeling van het kind en zijn vermogen om zichzelf los te maken en eigen identiteit te ontwikkelen.
Symbiose trauma ontstaat vaak in gezinnen waar de ouder (vaak de moeder)—volgens de beschrijving van psycholoog Alice Miller—emotioneel behoeftig is. Dit houdt in dat de moeder zelf onvervulde emotionele behoeften heeft, vaak als gevolg van haar eigen onveilige hechting of trauma. In plaats van het kind emotioneel te ondersteunen, gebruikt de moeder onbewust het kind om haar eigen behoeftes te vervullen, bijvoorbeeld voor overmatige zorg, bevestiging, waardering, of troost.
Bij alle vormen van symbiose trauma speelt de emotionele afhankelijkheid van de ouder een centrale rol. Deze ouders hebben vaak zelf geen veilige hechtingspatroon ontwikkeld en proberen onbewust hun eigen onvervulde behoeftes te vervullen via hun kind. Het kind krijgt niet de ruimte om zichzelf als een autonoom persoon te ontwikkelen en leert daardoor al op jonge leeftijd dat hun emotionele welzijn ondergeschikt is aan dat van de ouder.
Hoe ontwikkelt symbiose trauma zich?
Bij een gezonde ouder-kindrelatie is er sprake van een balans tussen nabijheid en autonomie van het kind. De ouder is in staat om in te spelen op de behoeften van het kind zonder zijn/haar eigen behoeften (of angsten) op te leggen. In het geval van - bijvoorbeeld - een emotioneel behoeftige moeder die haar eigen angsten of wensen boven die van het kind plaatst (en het kind gebruikt) ontstaat er een ongezonde symbiose. Het kind krijgt niet de ruimte om zijn/haar eigen gevoelens, verlangens en grenzen te ontwikkelen. In plaats daarvan voelt het zich verantwoordelijk voor het welzijn van de ouder.
Het trauma ontwikkelt zich vaak op subtiele manieren:
Verstoorde grenzen: de moeder ziet het kind niet als een zelfstandig individu met eigen behoeften, maar als een verlengstuk van haarzelf. Ze projecteert haar eigen onvervulde behoeften op het kind en verwacht dat het kind aan deze behoeften voldoet, zonder dat dit expliciet wordt uitgesproken. Het kan ook zijn dat ze zelf een leegte ervaart en deze opvult door het kind tot iets te maken wat het niet is maar wel voldoet aan het beeld van de moeder.
Omgekeerde rollen: in plaats van dat de ouder het kind emotioneel verzorgt, wordt het kind gedwongen om de ouder te troosten of te voorzien van emotionele steun. Dit wordt ook wel parentificatie genoemd en zorgt ervoor dat een kind te vroeg in de positie van een volwassene terecht komt (en daardoor ook geen kind heeft mogen zijn).
Belemmering van autonomie: omdat de moeder bang is voor emotionele verlating, kan ze het kind onbewust verhinderen om zich los te maken en zelfstandigheid te ontwikkelen. Het kind kan daardoor later moeite hebben met het vormen van een eigen identiteit of problemen met autonomie en relaties.
Schuld en schaamte: het kind kan schuldgevoelens ontwikkelen omdat het de behoeften van de moeder niet kan vervullen en wordt daar vaak door de ouder aan herinnerd (door kritiek), wat zich later vertaalt in gevoelens van ontoereikendheid of het voortdurend willen pleasen van anderen.
De gevolgen van symbiose trauma
Symbiose trauma kan vergaande gevolgen hebben op volwassen leeftijd. We zien in onze praktijk dat mensen die dit is overkomen vaak moeite hebben met het ontwikkelen van een gezond gevoel van eigenwaarde maar ook moeite met het herkennen van wat hun eigen gevoelens en behoeften nu eigenlijk zijn. Ze raken vaak vast in relaties waar ze de behoeften van anderen boven die van zichzelf stellen en vaak niet weten wat ze precies moeten doen omdat ze al vroeg hebben geleerd dat hun waarde afhangt van wat ze voor anderen kunnen betekenen.
Ik som hier voor het gemak een drietal zaken op (er zijn er meer) die vaak voorkomen bij volwassenen die symbiose trauma hebben ervaren:
Identiteitsproblemen: omdat hun eigen behoeften nooit centraal hebben gestaan, kunnen ze moeite hebben om te bepalen wie ze zijn en wat ze willen in het leven. Dit kan zich op een later moment ook uiten in depressiviteit.
Emotionele afhankelijkheid: ze kunnen verstrikt raken in ongezonde relaties waarin ze hun eigenwaarde halen uit het vervullen van de behoeften van hun partner of vrienden of - een ander effect - neurotisch loyaal blijven aan de ouder die de symbiose veroorzaakt heeft waardoor de band met hun partner steeds vaker en serieuzer onder druk komt te staan.
Moeite met grenzen: ze hebben vaak moeite om gezonde grenzen te stellen in relaties, omdat ze geleerd hebben om hun eigen grenzen te negeren ten gunste van anderen.
In bovenstaande voorbeelden heb ik voor de leesbaarheid de moeder aangehaald als de ouder die symbiose trauma kan veroorzaken maar in de praktijk kan het trauma zich natuurlijk in verschillende vormen voordoen, afhankelijk van de aard van de relatie tussen ouder en kind. Voor de volledigheid geef ik hier een kort overzicht van de verschillende combinaties:
1. Moeder-dochter symbiose
Dit is een van de meest onderzochte vormen van symbiose trauma. Hierbij is de moeder emotioneel afhankelijk van haar dochter en projecteert ze haar onvervulde behoeftes op het kind. De dochter wordt vaak gezien als een verlengstuk van de moeder, waarbij de moeder onbewust de autonomie van haar kind belemmert. Dit type symbiose trauma kan leiden tot problemen met zelfwaardering, zelfverloochening, en moeite met het ontwikkelen van een eigen identiteit bij de dochter met alle gevolgen van dien voor latere relaties.
2. Moeder-zoon symbiose
Zoals ik hierboven al heb beschreven, ontstaat hier een afhankelijkheidsrelatie waarbij de moeder zich emotioneel afhankelijk opstelt ten opzichte van haar zoon. De zoon gaat zich - door alle druk - verantwoordelijk voelen voor het welzijn van zijn moeder en ontwikkelt vaak een diep gevoel van schuld als hij niet aan haar behoeftes kan voldoen. Dit leidt vaak tot een overdreven verantwoordelijkheid, emotionele afhankelijkheid of passiviteit in volwassen relaties.
3. Vader-dochter symbiose
In deze vorm van symbiose trauma gebruikt de vader zijn dochter om zijn eigen emotionele leegte te vullen. De vader kan op zoek zijn naar erkenning of waardering die hij niet ontvangt uit zijn eigen relatie, waardoor de dochter in een rol van "verzorger" of “vriendin” terechtkomt. Dit type trauma kan resulteren in een patroon van zelfopoffering in volwassen relaties, waarbij de dochter haar eigen wensen en grenzen opoffert (en volgt) om goedkeuring van anderen te krijgen.
4. Vader-zoon symbiose
Ook een vader-zoon relatie kan leiden tot symbiose trauma. In dit geval kan de vader zijn zoon bijvoorbeeld gebruiken om aan zijn (soms onvervulde) verwachtingen en ambities te voldoen, waardoor de zoon onder druk staat om prestaties te leveren en zich vaak verliest in het voldoen aan de behoeftes van zijn vader. Dit kan leiden tot een verstoorde zelfwaardering en problemen met autonomie.
5. Verzorgers van kinderen
Symbiose trauma kan ook voorkomen in situaties waarin een verzorger, zoals een grootouder, stiefouder of voogd, emotioneel afhankelijk is van het kind. De dynamiek is vergelijkbaar met die tussen biologische ouders en kinderen, waarbij het kind wordt gebruikt als een emotionele steunbron voor de verzorger.
Fictief voorbeeld: Mark en Sophie
Ter afsluiting een fictief voorbeeld van een relatie waarin één van de twee partners een symbiose trauma heeft. Het gaat hier om een moeder - dochter voorbeeld maar het kan evengoed tot een moeder - zoon voorbeeld worden gemaakt. In dat geval neemt Mark de plek in van Sophie en omgekeerd.
Mark en Sophie zijn al vijf jaar samen. In het begin leek hun relatie evenwichtig en liefdevol, maar naarmate de tijd verstreek, merkte Mark dat Sophie zich steeds meer terugtrekt en passiever werd in hun relatie. Sophie neemt vrijwel nooit meer het initiatief, vermijdt beslissingen en lijkt altijd te wachten op Mark om zaken te regelen, van kleine dagelijkse keuzes tot grotere levensbeslissingen zoals vakanties of financiële planning. Mark voelt zich daardoor steeds meer de enige verantwoordelijke in de relatie en raakt gefrustreerd door Sophie’s gebrek aan betrokkenheid.
Wat Mark niet weet, is dat het gedrag van zijn vriendin voortkomt uit een symbiose trauma met haar moeder, een vrouw die altijd zeer overheersend en emotioneel behoeftig was. Als enig kind groeide Sophie op met een moeder die al haar beslissingen overnam en haar nauwelijks de ruimte gaf om zelf keuzes te maken. Haar moeder zag haar meer als haar "emotionele verzorger" dan als een zelfstandig kind. Ze vertrouwde vaak op haar voor emotionele steun en projecteerde veel van haar eigen angsten en behoeften op haar dochter. Sophie voelde zich constant verantwoordelijk voor het emotionele welzijn van haar moeder en leerde al vroeg dat zij haar niet mocht teleurstellen. Hierdoor ontwikkelde ze een passieve houding en een diepe angst om initiatief te nemen, omdat dit vaak werd ondermijnd of afgekeurd door haar moeder.
In haar volwassen relatie met Mark herhaalt dit patroon zich. Sophie associeert beslissingen nemen of assertiviteit met conflict en afwijzing, net zoals zij dat bij haar moeder ervaarde. Daarom trekt ze zich liever terug en laat ze Mark alles bepalen. Ze vermijdt conflicten en emotionele risico's uit angst om weer "verkeerd" te handelen. Dit symbiose trauma heeft Sophie vastgezet in een patroon van passiviteit en onbereikbaarheid, wat de relatie zwaar belast. Mark voelt zich als gevolg daarvan steeds meer als een ouder in plaats van een partner en ervaart weinig wederkerigheid in de relatie. Hoewel hij van Sophie houdt, voelt hij zich uitgeput door het gebrek aan emotionele en praktische steun.
Zonder therapie of bewustwording van Sophie’s symbiose trauma, zullen ze waarschijnlijk allebei vast blijven zitten totdat Mark zodanig moe is geworden van het tekort aan actieve betrokkenheid en liefde vanuit Sophie dat hij besluit te stoppen.